Wedstrijdreglement

  1. Iedere ploeg ontvangt zes startnummers. De startnummers dienen duidelijk zichtbaar aan de voorzijde bevestigd te worden.
  2. In plaats van een estafettestokje wordt gebruik gemaakt van een tasuki. Dit is een lint, waarvan een uiteinde in een lus eindigt. Tijdens het lopen wordt de Tasuki kruislings over de schouder (zichtbaar op het lichaam) gedragen, waarbij het losse uiteinde door de lus wordt gehaald. Het in de hand houden van de Tasuki tijdens het lopen is niet toegestaan en kan tot diskwalificatie leiden.
  3. De Tasuki wordt in het aangegeven wisselvak met de hand doorgegeven aan de volgende loper.           Deze loper krijgt vanuit de wachtzone toegang tot het wisselvak om te wachten op zijn of haar teamgenoot. In zowel de wachtzone bevinden zich slechts de eerst-volgende lopers. De wisselzone is alleen toegankelijk voor de finishende èn voor de startende loper.
  4. Het team is zelf verantwoordelijk voor een tijdige en juiste aflossing.
  5. De gehele afstand afstand (42,195 km) moet door 6 verschillende lopers worden afgelegd. De afstanden zijn respectievelijk 5, 10, 5, 10, 5 en 7,195 kilometer. De volgorde van  lopers correspondeert met het startnummer en kan niet tussentijds gewijzigd worden. De mini-ekiden, de estafetteloop voor jongeren t.e.m. 14 jaar, wordt ook door 6 lopers afgelegd. Ieder loopt 2,5 km.
  6. Voor een correcte registratie gaat een loper 2 keer over de elektronische mat: zowel bij de start als bij de finish. In de wisselzone dient de finishende loper absoluut dóór te lopen tot over de mat; een startende loper loopt vanuit de wisselzone meteen over de startlijn. Een 10km-loper (die twee rondes loopt) passeert – bij ingang van de tweede ronde –  de rechter straathelft (dit wordt aangegeven).
  7. Na 3 loopuren volgt een herstart: een gezamenlijke start voor alle nog niet gestarte lopers. De totaaltijd per team is de som van 6 looptijden.
  8. De categorieën zijn :  Mannen ,  Vrouwen en Mixed. Een mannenteam bestaat uit tenminste 5 mannen; een vrouwenteam uit tenminste 5 vrouwen; een mixed team heeft een uiterste samenstelling van 2 en 4  òf 4 en 2. Voor de mini-ekiden zijn de categorieën: Jongens,  Meisjes en Mixed. Ook hier gelden dezelfde criteria als bij de hele Ekiden. Elke categorie heeft een eigen kleur tasuki. Tijdens de race worden de koplopers van deze 3 categorieën voorafgegaan door een fietser ( de voorrijder )met vlag.
  9. Begeleiding van lopers door een fietser wordt toegestaan, mits deze fietser  zich duidelijk àchter de loper bevindt. Het dorpsplein ( waarop de wisselzone ) is niet toegestaan voor deze fietser. Slechts de voorrijders ( met vlag en tekst ‘koploper’) hebben toegang op het plein.
  10. Als onderweg een loper de wedstrijd noodgedwongen moet staken, dan dient een volgende loper vanaf deze (uitval-)plek de wedstrijd te vervolgen.
  11. In alle overige gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist de organisatie.
  12. Elke loper loopt op eigen risico en dient in alle gevallen de aanwijzingen van organisatie en verkeersregelaars op te volgen.